De grote sprong naar de middelbare

‘Ik mis het kusje dat we altijd doen in de ochtend’ appt mijn zoon me.
De baksteen die ik al de hele ochtend voel in mijn buik, is nu een brok in mijn keel.

Mijn zoon is dit jaar begonnen op de middelbare. En dat is voor ons allebei een hele stap.
Voor hem omdat alles nieuw is en onbekend. Omdat zijn oude klasgenoten die hem altijd hebben gezien en geaccepteerd zijn uitgevlogen over meer dan tien verschillende scholen. Omdat hij alles en iedereen kende op zijn oude school. Omdat hij moeite heeft met nieuwe dingen en veranderingen. Gewoon omdat.

En voor mij? Eigenlijk óók omdat alles nieuw is en onbekend. Omdat ik weet hoeveel hij leunde op zijn klas en dat hij een paar keer per dag aangeeft zijn ‘oude vrienden’ zo te missen. Omdat ik mijn hart vasthoud bij de vraag of hij zich wel staande houdt tussen al die andere leerlingen. Omdat ik niet zeker weet of hij het wel om hulp zal vragen als er iets is. Omdat ik bang ben dat hij denkt dat hij het allemaal alleen moet doen. Omdat ik de tranen in zijn ogen zie. ‘Ik wil niet huilen, mama.’

Ik wil dit kunnen. Loslaten.

We moeten er allebei aan wennen.
Deze ochtend breng ik mijn dochter naar school, terwijl mijn oudste nog in bed ligt: elke maandag de eerste twee uur vrij. Onwennig drentel ik door de woonkamer. Hij heeft zijn wekker gezet, staat straks zelf op, maakt zijn ontbijt, poetst zijn tanden en pakt zijn fiets, houd ik mezelf voor. Ik weet dat dat geen enkel probleem moet opleveren. Dus pak ik ferm mijn werktas en rijd ik naar mijn kantoor. Ik zou thuis kunnen opstarten, maar besluit toch gewoon te gaan. Ik wil dit kunnen. Loslaten.

De afgelopen twaalf jaar was er altijd wel iemand om hem te helpen bij het opstarten van de dag. Om vervelende gedachtes weg te wuiven. Om hem uit te leggen dat er vandaag iemand anders voor de klas zal staan. Om gespannen buiken te helpen ontspannen. Om een aai over zijn bol of een boks te geven omdat ik weet dat hij het kan. Om hem een knuffel én een kus te geven.

In gedachte zie ik hem op zijn sokken door de woonkamer schuifelen. Met zijn ziel ander zijn arm, zoals hij zelf altijd zo mooi omschrijft. Letterlijk mijn woorden als ik hem zie worstelen met wat hij met de dag aan moet. Wat hij met zichzelf aan moet.

‘Ik spring nu in de auto’ app ik terug. Opgelucht dat ik zo dichtbij huis werk en geen werkafspraken heb staan.

Ik weet dat ik hem moet loslaten, maar liever met iets kleinere stapjes.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.